Fighting system

In het ju-jitsu fighting system kampen de deelnemers tegen elkaar in een 1 tegen 1 gevecht. Het gevecht bestaat uit 3 fases:

  1. Fase 1: slagen, stoten en stampen
  2. Fase 2: worpen, neerhalingen, klemmen en wurgingen
  3. Fase 3: grondtechnieken, klemmen en wurgingen

Het gevecht start in de eerste fase. Wanneer er contact is, door het grijpen van de tegenstander, begint de tweede fase. Slagen, stoten en stampen zijn niet toegestaan in de tweede fase Van zodra beide kampers beide knieën op de grond hebben of één van beide kampers zit of ligt op de mat, begint de derde fase. De deelnemers kunnen omschakelen tussen de verschillende fases (bvb van fase 2 naar fase 1 en omgekeerd, ...)

Een kamper kan punten scoren in elke fase, een goede techniek wordt beloond met ippon. Een ippon levert 2 punten op (en in de derde fase zelfs 3 punten indien de tegenstander afklopt). Een minder goede techniek kan beloond worden met een waza-ari, dit levert 1 punt op. Er zijn 3 scheidsrechters die punten geven. De score wordt bepaald door meerderheid (bvb. indien 2 scheidsrechters ippon geven voor blauw en de derde scheidsrechter geeft waza-ari dan wordt de ippon toegekend aan de blauwe kamper). Indien de 3 scheidsrechters allen een verschillende score geven, dan telt de middenste score. Indien 1 scheidsrechter geen score geeft dan telt de laagste score van beide andere scheidsrechters (indien deze aan dezelfde kamper zijn gegeven).

De wedstrijd eindigt wanneer een kamper een ippon heeft gescoord in elk van de 3 fases. Indien na 3 minuten geen van beide kampers hierin geslaagd is dan wint degene met het meeste punten. Bij gelijk aantal punten kijkt men eerst naar wie in het meest aantal verschillende fases een ippon heeft gescoord, daarna naar wie het meest aantal ippons in totaal heeft gescoord (onafhankelijk van de fase waarin deze gescoord zijn). Indien ook dit gelijk is, krijgen beide kampers 1 minuut rust alvorens ze opnieuw 2 minuten moeten vechten. De score en ippons blijven behouden.

Enkele belangrijke termen:

  • hajime = start
  • matte = stop
  • ippon = 2 of 3 punten
  • waza-ari = 1 punt
  • shido = licht verboden handeling (1 punt voor de tegenstander)
  • chui = verboden handeling (2 punten voor de tegenstander)
  • hansoku-make = zwaar verboden handeling = diskwalificatie
  • osae-komi = begin houdgreep
  • toketa = einde houdgreep
  • sonomama = 'bevriezen'
  • yoshi = einde 'bevriezen'

In de jeugdcategorieën zijn, afhankelijk van de leeftijd, een aantal technieken verboden. Zo zijn klemmen en wurgingen verboden tot de kadettenreeksen. (een volledig overzicht met verboden handelingen vindt u terug in de jeugdreglementen) Ook de wedstrijdduur is leeftijdsafhankelijk.

Downloads
Demofilm